Terneuzen, 23 januari - In 2027 wordt de Oostbuis van de Westerscheldetunnel naar verwachting ongeveer vier maanden afgesloten voor noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Het regionale bedrijfsleven begrijpt en onderschrijft het belang van dit onderhoud, maar waarschuwt dat de impact op bereikbaarheid, logistiek en arbeidsmobiliteit in Zuidwest-Nederland en Vlaanderen groot zal zijn als er geen passende verkeersoplossing komt.
Volgens werkgeversverenigingen en logistieke partners is één scenario essentieel om economische schade en maatschappelijke verstoringen te beperken: gereguleerd blokrijden in twee richtingen door de Westbuis, met de bijbehorende veiligheidsmaatregelen. Het bedrijfsleven ziet dit als de enige acceptabele oplossing en roept op om dit scenario zorgvuldig en serieus te onderzoeken.
1. Beperking van de impact op logistieke ketens
De Westerscheldetunnel is de enige vaste oeververbinding tussen Zeeuws-Vlaanderen en de rest van Nederland. Voor bedrijven in onder meer industrie, logistiek, bouw, landbouw en havengerelateerde sectoren (waaronder vitale infrastructuur) is een betrouwbare verbinding cruciaal. Als de Westbuis slechts in één richting beschikbaar is, dreigen:
forse omrijafstanden via België (minimaal 60–80 km extra per rit);
beperkingen voor (zwaar) transport door afwijkende regels in België;
beperkingen voor specifieke transportstromen, zoals afvaltransport (hoefijzervervoer) door België;
langere transporttijden en hogere kosten;
verstoringen in leveringszekerheid en productieschema’s;
aantasting van de (internationale) concurrentiepositie van het North Sea Port-gebied.
2. Arbeidsmobiliteit en bereikbaarheid
Dagelijks gebruiken duizenden werknemers, studenten en inwoners de tunnel voor woon-werk- en woon-studieverkeer. Een afsluiting zonder tweerichtingsverkeer kan leiden tot:
aanzienlijk langere reistijden en overbelasting van alternatieve routes en modaliteiten;
verslechtering van de verkeersveiligheid, met name voor forensen in ploeg- en nachtdiensten;
negatieve effecten op de regionale arbeidsmarkt, met risico op personeelstekorten;
langdurige gevolgen voor onderwijsprogramma’s en ontwikkeling van studenten;
verminderde aantrekkelijkheid van Zeeuws-Vlaanderen als woon- en vestigingslocatie.
Het bedrijfsleven benadrukt dat veiligheid altijd prioriteit heeft. Tweerichtingsverkeer in een tunnel vraagt om strikte beheersmaatregelen, maar is volgens de betrokken partijen technisch en operationeel uitvoerbaar, mits onder meer wordt voldaan aan:
een snelheidsbeperking (bijvoorbeeld max. 50 km/u);
beperking van het aantal verkeersbewegingen;
dynamisch verkeersmanagement en cameratoezicht;
aanvullende noodprocedures en afstemming met hulpdiensten.
Bedrijven geven aan verantwoordelijkheid te nemen en willen meewerken aan het verlagen van verkeersdruk en het verhogen van veiligheid, onder andere via:
medewerking aan verkeerssturing (blokrijden, tijdsvensters, vignetten/reserveringssystemen);
spreiding van verkeersbewegingen en optimaal gebruik van daluren;
stimuleren van thuiswerken, carpoolen en openbaar vervoer;
tijdige afstemming met werknemers, ketenpartners en logistieke partners;
overleg met overheden en tunnelbeheerder over spreiding en prioritering van essentiële goederenstromen.
Als aanvullende maatregelen worden genoemd:
tijdelijke (gedifferentieerde) tolheffing;
vroegtijdige en duidelijke communicatie over omleidingen en aangepaste routering, met aandacht voor vertrekpunten van vrachtverkeer zoals Rotterdam, Zeebrugge en Antwerpen en tijdige routering richting Zeeland.
Cruciaal is dat besluiten over maatregelen ruim vóór de afsluiting worden genomen en gecommuniceerd, zodat bedrijven en organisaties zich goed kunnen voorbereiden.
Met gezamenlijke inzet van bedrijfsleven, tunnelorganisatie, gemeenten en provincie achten de betrokken partijen een veilig ingericht tweerichtingsscenario haalbaar. Het vooraf uitsluiten van deze optie past volgens hen niet bij de gedeelde verantwoordelijkheid om veiligheid, bereikbaarheid en economische continuïteit te waarborgen.
Portiz / VNO-NCW Zeeland geeft aan bereid te zijn om samen te werken aan een oplossing die zowel de veiligheid als de regionale economie en leefbaarheid beschermt.